anta

Dood (Nekros)

Openbaringen 1 5 en van  Jezus Christus, de betrouwbare getuige, de eerstgeborene van de  doden, de heerser over de  vorsten van de  aarde. Aan hem die ons liefheeft en ons van onze zonden heeft bevrijd door zijn  bloed,
Openbaringen 1 17 Toen ik hem zag viel ik als dood voor zijn voeten neer. Maar hij legde zijn rechterhand op me en zei: ‘Wees niet bang.  Ik ben de eerste en de laatste. 18 Ik ben degene die  leeft; ik was dood, maar ik leef, nu en tot in eeuwigheid. Ik heb de sleutels van de  dood en van het  dodenrijk.
Openbaringen 2 8 Schrijf aan de  engel van de  gemeente in Smyrna: “Dit zegt hij die de eerste en de laatste is, die dood was en nu leeft:
Openbaringen 3 1 Schrijf aan de  engel van de gemeente in Sardes: “Dit zegt hij die de zeven  geesten van  God en de zeven  sterren heeft: Ik weet wat u doet; overal wordt beweerd dat u (de  naam heeft dat u) het leven hebt, terwijl u dood bent.
Openbaringen 11 18 De  volken raasden in woede, maar nu laat u uw woede razen. De tijd is gekomen om een oordeel te vellen over de doden; en om uw  dienaren, de  profeten, te belonen, evenals de  heiligen en degenen die, jong en oud, ontzag hebben voor uw naam; en ook om hen die de aarde vernietigen nu zelf te vernietigen.’
Openbaringen 14 13 Ik hoorde een  stem uit de  hemel zeggen: ‘Schrijf op: “Gelukkig zijn zij (de doden) die vanaf nu in verbondenheid met de Heer  sterven.”’ En de Geest beaamt: ‘Zij mogen uitrusten van hun inspanningen, want hun daden vergezellen hen.’
Openbaringen 16 3 De tweede  engel goot zijn  offerschaal leeg over de  zee. Het water (zee) werd bloed, als het bloed van een dode, en alle  wezens die in zee leefden kwamen om.
Openbaringen 20 5 De andere doden kwamen niet tot leven voordat de duizend jaar voorbij waren. Dit is de eerste opstanding.
Openbaringen 20 12 Ik zag de doden, jong en oud, voor de  troon staan. Er werden boeken geopend. Toen werd er nog een geopend: het  boek van het leven. De doden werden op grond van wat in de boeken stond geoordeeld naar hun daden. 13 De zee stond de doden die ze in zich had af, en ook de dood en het dodenrijk stonden hun doden af. En iedereen werd geoordeeld naar zijn daden.