anta

Vierentwintig oudsten, een zee van glas en vier wezens

24 tronen met oudsten in wit. Fakkels zijn geesten. Zee van glas en vier wezens met ogen. Leeuw, stier, mens, adelaar.
Openbaringen 4 4 Om de  troon heen stonden vierentwintig andere tronen, waarop vierentwintig   oudsten zaten. Ze droegen witte  kleren en hadden een gouden  krans op hun hoofd. 5 Van de troon gingen  bliksemschichten uit en  donderslagen en groot  geraas. Voor de troon brandden zeven vurige fakkels; dat zijn de zeven  geesten van  God. 6 Ook lag er voor de troon iets als een  zee van glas, van kristal. Midden voor de troon en eromheen waren  vier wezens, die van voren en van achteren een en al oog waren. 7 Het eerste wezen zag eruit als een leeuw en het tweede als een jonge stier; het derde had een gezicht als een mens en het vierde leek een vliegende  adelaar. 8 Elk van de vier wezens had zes vleugels, met overal ogen langs de randen en aan de binnenkant. Dag en nacht herhalen ze: ‘Heilig, heilig, heilig is God, de Heer, de Almachtige, die was, die is en die komt.’

Esoterisch commentaar op de tekst

Johannes gaat verder met het schetsen van de goddelijke hiërarchie. Omdat de mens is geschapen naar Gods evenbeeld is het belangrijk goed te begrijpen hoe deze in elkaar zit. Elk aspect van de goddelijke wereld is immers terug te vinden in de complexe samenstelling van de mens.

Rondom de troon waarop de Eerste Logos zit, treffen we vierentwintig ‘oudsten’. Zij zijn de vierentwintig maanperioden van een zonnejaar. Een jaar van 365 dagen bevat 24,7 keer de vijftiendaagse periode tussen de Volle en de Nieuwe Maan en omgekeerd. In de joodse kalender bestaat een jaar uit 354 dagen, wat precies overeenkomt met 24 maanperioden . Deze representeren het aspect Tijd. De geïncarneerde menselijke ziel leeft met tijd, de goddelijke wereld niet.

De vier wezens die daarna geïntroduceerd worden, zijn vertegenwoordigers van de vier kwartalen van het jaar. Hun omschrijving komt overeen met vier van de twaalf tekens van de dierenriem. Ze vormen de vier kwadranten van de zodiac en kunnen gezien worden als vier armen van de zon.

1. Leeuw (Leo) – Vuurteken, zomer

2. Jonge stier (Taurus) – Aardeteken, lente

3. Gezicht als een mens (Aquarius) – Luchtteken, winter

4. Vliegende adelaar (Scorpio) – Waterteken, herfst. Zie voor deze laatste de toelichting De Adelaar en de Schorpioen.

Elk van de seizoenen bestaat uit zes van de vierentwintig maanperioden; daarom dragen de vier wezens elk zes vleugels. Deze vierentwintig vleugels zijn dus dezelfde als de vierentwintig oudsten. Ze zijn volledig bedekt met ogen, wat hun vermogen weerspiegelt om alles waar te nemen. Zij zijn daarbij immers niet gebonden aan de beperkingen van de fysieke zintuigen.

De donder en bliksem komen vaker terug in de Apocalypse en duiden in alle gevallen op het intense stemgeluid van de Eerste Logos (de God op de troon) en de elektrische impulsen die het lichaam besturen.

In plaats van kale kandelaars zien we hier zeven vurig brandende fakkels voor de troon van God. Hier komt de inspirerende energie vandaan die de zeven energiepunten in de ruggengraat van de mens activeren.

Voor het hele tafereel geldt: zo boven, zo beneden. Er wordt dus niet alleen een hemelse hierarchie mee aangeduid, het beschrijft ook de innerlijke bouw van de mens. De troon staat in het hoofd en wordt daar Nous genoemd. Daarop zit de god in onszelf, omringd door de 24 oudsten (tijdsbeleving) en de vier dieren (hoofdrichtingen van de zodiak, dus van de psyche). Met de ‘kristallen zee’ wordt de ether aangeduid, het immateriële medium waarin de communicatie tussen de mens, zijn hogere zelf en het goddelijke plaatsvindt.

Navigatie