anta

Smyrna: Jupiter schijnt op het tweede chakra

Smyrna wordt toegesproken. Joden, satan en de tweede dood.
Openbaringen 2 8 Schrijf aan de  engel van de  gemeente in Smyrna: “Dit zegt hij die de eerste en de laatste is, die  dood was en nu  leeft: 9 Ik weet van de ellende en de armoede waarin u verkeert, hoewel u rijk bent. Ik weet hoe u belasterd wordt door mensen die zich Joden noemen en het niet zijn, maar bij  Satan horen. 10 Wees niet bang voor wat u nog te wachten staat. Sommigen van u zullen door de duivel in de gevangenis worden gegooid, en zo op de proef worden gesteld; tien dagen lang zult u het zwaar te verduren hebben. Wees trouw tot in de  dood, dan zal ik u als lauwer krans het leven geven. 11 Wie oren heeft, moet horen wat de  Geest tegen de gemeenten zegt. Wie  overwint zal van de tweede dood geen schade ondervinden.”

Esoterisch commentaar op de tekst

De spreker legt hier de nadruk op het feit dat hij de eerst- en de laatstgeboren mens is. Hoewel hij dood was, bleek hij levend. Hiermee onderstreept hij het thema van het overwinnen van het fysieke leven ten gunste van een geestelijk. De naam van Smyrna is afgeleid van het Hebreeuwse woord voor mirre, de stof die bij uitstek van pas komt bij de lichamelijke dood.

Hij presenteert zich als medelevend met de mensen van Smyrna, maar geeft ze ook een cynische sneer (‘Jullie zijn rijk!’). Het woord ‘joden’ wordt hier gebruikt in de positieve betekenis: leden van het uitverkoren volk, die een speciale band met God hebben, en die beschikken over hogere heilige kennis; bij uitstek de kennis die de zichzelf ontwikkelende mens zou willen hebben. Maar helaas betreft het in Smyrna joden die zichzelf zo noemen, maar deze oude kennis al lang verloren hebben en in plaats daarvan nu de jonge christelijke gemeente lastigvallen. En hier het cynisme: ook deze christenen rekenen zichzelf rijk met wetten en voorschriften die de hogere waarheid versluieren. Het uit het oog verliezen van de goddelijke waarheid gebeurt onder invloed van de grote tegenstander, Satan, die we nog in verschillende gedaanten terug zullen zien.

‘...de ellende en de armoede waarin u verkeert...’ duidt ook op de beperking van het materiële brein. De weg om te komen tot zelfverwerkelijking is door gebruik te maken van het verstand, de van God gegeven rede en het intellect. Het is Jupiter die als de tweede van de zeven ‘sterren’ deze eigenschappen belichaamt en zich in dit vers manifesteert. ‘...hoewel u rijk bent!’ is een aanmoediging om hiervan onbelemmerd gebruik te maken.

Voor de onwennige nieuweling volgt nog een aansporing om zich niet te laten afschrikken voor de moeite die het kost om persoonlijke en geestelijke groei door te maken. Er volgt een periode van tien dagen waarin een valse aanklager (45|Diabolos) sommige van de toehoorders gevangen worden gezet om beproevingen te ondergaan. Bijbeluitleggers die zich afvragen of deze tien dagen al geweest zijn, of nog moeten komen, werken bij esoterici op de lachspieren.

Tien dagen wijst ons naar het astrologisch decanaat. De hemelboog is verdeeld in twaalf gelijke stukken van elk 30 graden (samen dus 360), die elk overeenstemmen met een teken van de dierenriem. Deze tekens zijn elk verdeeld in drie stukken van tien graden. Het voorbij trekken van zo’n decanaat duurt tien dagen. Elk teken van de dierenriem gaat vergezeld van drie sterrenbeelden die gelijktijdig – maar buiten het pad van de zon – opkomen (deze worden Paranatellons genoemd). Aan elk van de drie decanaten van een dierenriemteken wordt een van die sterrenbeelden toegekend.

Dit vers refereert aan het sterrenbeeld Serpens, de slang die wordt vastgehouden door Ophiuchus (slangendrager), die geïdentificeerd wordt met de Griekse god Asklepios. Als god van de medicijnen en genezing had hij zich ondermeer bekwaamd in het tot leven brengen van de doden. Asklepios en de slang zijn aan elkaar gewaagd, wat een eeuwigdurende strijd oplevert. Sommigen van u, die door de duivel worden verleid, zullen deze strijd moeten voeren.

De zodiac in de sterrenhemel De sterrenbeelden die zichtbaar zijn achter het (ogenschijnlijke) pad dat de zon aflegt, maken deel uit van de dierenriem (zodiac).

Het licht van Jupiter schijnt op het tweede chakra, dat ter hoogte zit van het heiligbeen, en dat de plek is waar de levensenergie ligt opgerold als een slang (Kundalini). Wie dit chakra overwint (door trouw te blijven tot in de dood) bereikt onsterfelijkheid van het bewustzijn (lauwerkrans) en alles wat ontstaat in de spirituele geest zal niet verloren gaan. De tweede dood heeft alleen betrekking op het niet-fysieke deel van het lichaam en treedt op bij mensen die niet gekozen hebben voor zelfverwerkelijking. Dit wordt beschreven in hoofdstuk {504}.

Overblijfselen van de oude stad Smyrna

Asklepieion op Kos Restanten van het Asklepieion, de tempel van Asklepios op Kos, nabij Platani

Kritiek op Pryse

Pryse schrijft: ‘Het woord jood is gebruikt in de kabbalistische zin, volgens het uitgangspunt: de steen wordt een plant, de plant wordt een dier, het dier wordt een mens, de mens wordt een jood en de jood wordt een god.’ Het lukt niet om een bron te vinden voor dit citaat. Een variant ervan wordt wel gevonden, bijvoorbeeld in dit boek, maar dat luidt: ‘De adem wordt een steen, de steen wordt een plant, de plant wordt een dier, het dier wordt een mens, de mens wordt een geest en de geest wordt een god.’ Zelfs in theosofische werken is zijn citaat niet terug te vinden.

Navigatie