anta

Pergamum: Mars schijnt op het derde chakra

Pergamum wordt toegesproken. Antipas, satan, Bileam, Balak, Nikolaïeten, verborgen manna en een wit steentje.
Openbaringen 2 12 Schrijf aan de  engel van de  gemeente in Pergamum: “Dit zegt hij die het scherpe, tweesnijdende  zwaard heeft: 13 Ik weet waar u woont, namelijk waar  Satans  troon staat. U bent mijn  naam trouw gebleven en hebt uw geloof in mij niet verloochend, ook niet toen  Antipas, mijn betrouwbare getuige, werd  gedood in uw stad, waar ook Satan woont. 14 Maar enkele dingen heb ik tegen u: sommigen houden vast aan de leer van Bileam, die Balak liet weten hoe hij voor de IsraĆ«lieten een val moest opzetten, waardoor ze heidens offervlees zouden gaan eten en ontucht zouden plegen. 15 Zo is het ook bij u: sommigen houden op dezelfde manier vast aan de leer van de  Nikolaïeten. 16 Breek toch met het leven dat u nu leidt, anders kom ik binnenkort naar u toe en zal ik hen met het zwaard uit mijn mond bestrijden. 17 Wie oren heeft, moet horen wat de  Geest tegen de gemeenten zegt. Wie  overwint zal ik van het verborgen manna geven, en ook een wit steentje waarop een nieuwe naam staat die niemand kent, behalve degene die het ontvangt.”

Esoterisch commentaar op de tekst

We reizen verder naar Pergamum, het derde chakra, waar Mars/Ares de scepter zwaait. Hij draagt als god van de oorlog een tweesnijdend zwaard, dat gebruikt kan worden om zijn wil ten uitvoer te brengen, om waarheid van leugen te onderscheiden, en om de zelfverwezenlijkte mensen te scheiden van de afgedwaalden ({336}).

Slecht nieuws voor de toehoorder: in het lichaam waarin hij geïncarneerd is, is hij niet de enige bewoner. Ook Gods tegenstander Satan woont daar. Het goede nieuws is dat de aangesprokene trouw is gebleven aan zijn goddelijke roeping, ook toen de betrouwbare getuige sneuvelde. Hierbij wordt nog eens benadrukt dat dat in het lichaam (stad) is gebeurd waar ook Satan rondhangt. Dit vers is niet moeilijk te duiden; alleen de naam Antipas stelt uitleggers al eeuwen voor raadselen. Antipas wordt nergens elders genoemd, noch in de Bijbel, noch in historische geschriften.

Gegeven de gewoonte van Johannes om zijn tekst te versluieren, is het een aantrekkelijk idee om te bezien of de naam Antipas wellicht een puzzel in zich heeft. Pryse stelt de volgende oplossing voor. ANTIPAS wordt in het Grieks geschreven als ANTIΠAΣ. Als we Π en A combineren tot IAI en dit vervolgens omdraaien ontstaat een M. Met deze letters kan het woord MANTIΣ worden gevormd (als een anagram). Mantis betekent orakel of ziener. Het vers meldt ons dus nu: U bent mij trouw gebleven toen de ziener in uzelf uitgeschakeld werd door uw aardse natuur.

Plato weet nog te melden dat dit orakel door de goden in de lever van de mens werd geplaatst. Dit komt overeen met de plaats van dit chakra. In het oude Griekenland was een aparte beroepsgroep, de  Haruspex, die zich bezig hield met het bestuderen van de lever van geofferde dieren om zodoende de toekomst te voorspellen.

Er zijn twee groepen (onder u) die zich hebben laten verleiden tot gedrag dat hen niet dient. De ene groep volgt Bileam, waarover genoeg bekend is uit andere delen van de Bijbel; de andere groep hoort tot de Nikolaïeten, die we hier opnieuw opvatten als exoterici en materialisten. Het mag duidelijk zijn dat beide strategieën niet leiden tot zelfrealisatie.

De kracht van de wil helpt de nieuweling zijn lagere natuur te overwinnen en het licht te vinden. De beloning is de geheime goddelijke kennis (manna), ook wel aangeduid als gnosis. Het witte steentje met de nieuwe naam is een vooraankondiging van {333}. De essentie van de hele procedure is dat ieder mens een individu wordt, geen deel van een groep, geen onherkenbaar deel van het goddelijke, als een druppel in de oceaan, maar een zelfstandig schepsel met een eigen identiteit en een vrije wil om lief te hebben. Daarom krijgt hij een naam die alleen hij kent en verder niemand. Deze naam luidt in overdrachtelijke zin ‘ik’, een naam waarmee je alleen jezelf kunt aanduiden.

 

Tekening van historisch Pergamum Afkomstig uit een boekje van het Peramonmuseum in Berlijn, getekend door een archeoloog

Navigatie