anta

De zeven geesten voor de troon

Johannes richt zijn verslag aan de zeven gemeenten, met speciale dank aan Jezus.
Openbaringen 1 4 Van  Johannes, aan de  zeven gemeenten in Asia. Genade zij u en vrede van  hem die is, die was en die komt, en van de  zeven geesten voor zijn  troon, 5 en van  Jezus Christus, de betrouwbare getuige, de eerstgeborene van de  doden, de heerser over de  vorsten van de  aarde. Aan hem die ons liefheeft en ons van onze zonden heeft bevrijd door zijn  bloed, 6 die een  koninkrijk uit ons gevormd heeft en ons heeft gemaakt tot priesters voor God, zijn Vader – aan hem komt de  eer toe en de macht, tot in eeuwigheid.  Amen.

Esoterisch commentaar op de tekst

Met dit vers komen we direct aan de belangrijkste metafoor die de Apocalypse ons te bieden heeft: Asia en zijn zeven gemeenten. Deze zeven kerken komen nog in verschillende gedaanten terug, en we hebben daar een aparte {535|pagina aan gewijd}. In het kort komt het erop neer dat Asia (de Romeinse provincie in Anatolië) symbool staat voor het aardse menselijk lichaam, en de gemeenten voor de zeven energiecentra. Johannes richt zich in eerste instantie tot zijn eigen fysieke lichaam.

Opnieuw wordt Gods heerlijkheid in het vooruitzicht gesteld (χάρις, charis), maar dan ontstaat een taalkundig probleem. De Allerhoogste, en ook diens afgezant Logos, zijn in hun bestaan niet gelimiteerd in de tijd. De schrijver probeert met ‘is, was en komt’ duidelijk te maken dat Hij geen begin of eind kent, maar de taalkundige mogelijkheden schieten tekort. Daarom maakt hij gebruik van een kunstgreep.

  • is (eigenlijk: zijnde), ὢν, tegenwoordig deelwoord
  • was, ἦν, onvoltooid verleden tijd Deze werkwoordsvormd duidt op iets wat in het verleden bestond, en nu nog steeds bestaat.
  • komt (eigenlijk: komende), ἐρχόμενος, tegenwoordig deelwoord In plaats van de toekomende tijd van zijn (zal zijn) wordt hier de tegenwoordige tijd van een ander werkwoord (komen) gebruikt. Het begrip ‘zal zijn’ duidt op iets wat nog niet bestaat, en dat kan dus niet worden gebruikt om Logos te beschrijven.

In metafysische zin bestaat Logos in een oneindig heden, waar verleden en toekomst in besloten liggen. Zowel de Griekse als de Nederlandse taal zijn niet geschikt om dat in werkwoordstijden uit te drukken. Johannes de Evangelist drukt iets soortgelijks uit in Johannes 8:58: ‘van voordat Abraham er was, ben ik er.’

{537|Plato} laat zich in ook in zulke termen uit.

De genade is ook afkomstig van de zeven geesten en van Jezus Christus. De geesten (pneumata) zitten rondom de troon en komen later nog terug in de gedaante van zeven sterren. Deze zeven hogere geesten zijn de aartsengelen en zij zijn elk bekend onder hun eigen naam. Michaël is de enige die later in de Apocalypse ook bij naam genoemd wordt. Bestaan de aartsengelen echt als zelfstandige wezens? Die vraag is filosofisch van aard en het antwoord is, dat ze in feite aspecten zijn van de Logos.

Jezus Christus wordt de eerstgeborende van de doden genoemd. Met doden worden hier de mensen bedoeld die weliswaar over een fysiek levens lichaam beschikken, maar geestelijk dusdanig verstrikt zijn geraakt in de materie dat ze als dood moeten worden beschoud. Jezus Christus is het voorbeeld waarnaar de nieuwkomer van deze inwijding zich in eerste instantie zal vormen. Jezus Christus staat hier symbool voor de intuïtive vermogens van de mens, die als eerste zullen worden gewekt. Dit vermogen geeft de mens toegang tot kennis, zodat geloven verandert in zeker weten.

Christus is daarmee niet de koning van de wereldlijke machthebbers (koningen), maar van de mensen die een leidende rol hebben in het stichten van Gods Koninkrijk, zij die zich inspannen om de Christus in henzelf te laten ontstaan.

Tot slot wordt aangeduid waar de macht tot

Navigatie