anta

De overwinnaar van de zeven adems

Eerst niemand, maar dan de Leeuw van Juda.
Openbaringen 5 3 Maar er was niemand in de  hemel of op  aarde of onder de aarde die de  boekrol kon openen en inzien. 4 Het deed me veel verdriet dat blijkbaar niemand het verdiende om de boekrol te openen en hem in te zien. 5 Toen zei een van de  oudsten tegen mij: ‘Wees niet verdrietig. Want de leeuw uit de  stam Juda, de telg van David, heeft de  overwinning behaald, en daarom mag hij de boekrol met de zeven zegels openen.’

Esoterisch commentaar op de tekst

Parnassus, of Apollo en de Muzen (Detail) Olieverf op paneel, Szépművészeti Múzeum, Boedapest

Het is denkbaar dat de frase ‘er was niemand in de hemel of op aarde’ in de tijd van Johannes een overdrijving was. De spirituele blindheid was toen nog niet zo wijd verbreid als in onze tijd, waardoor deze uitspraak nog niet zo (bijna) letterlijk waar was als nu. In de tijd dat Apollo nog de zonnegod was, wist men dat hij op zijn zevensnarige harp speelde en daarmee het leven van de mensen diepgaand beïnvloedde. Wie niet begrijpt dat de energiepunten van het lichaam eigenlijk de lier van de zonnegod zijn, is niet in staat de zegels ervan te openen.

Johannes gebruikt veel woorden om aan te duiden wie de zegels wel kan verbreken. We analyseren. De Leeuw is het dierenriem teken dat door Jakob verbonden is aan zijn zoon Juda. Het woord ‘telg’ is een verkeerde vertaling; er staat ‘wortel’ (Rhiza). De wortel zit aan de onderkant, maar omdat de mens gespiegeld is geschapen, bevindt de wortel van David zich in de hoog hemel. Johannes duidt hier op de reïncarnatie van David (dus de Messias, die eerder al incarneerde als Adam).

Navigatie