anta

Esoterische uitleg van de Apocalypse

  • De inwijding van Johannes   Op. 1:1-2
    Onthulling van God, via Jezus en een engel aan Johannes.
  • Opdracht aan de lezer   Op. 1:3
    Gauw lezen, word je blij van!
  • De zeven geesten voor de troon   Op. 1:4-6
    Johannes richt zijn verslag aan de zeven gemeenten, met speciale dank aan Jezus.
  • Iedereen zal Christus zien   Op. 1:7
    Jezus komt in een wolk.
  • De zeven krachten van God   Op. 1:8
    God is de alfa en de omega.
  • Johannes begint zijn inwijding   Op. 1:9-11
    Johannes op Patmos raakt in vervoering en een stem geeft hem een opdracht.
  • Zeven goden in één   Op. 1:12-16
    Tussen kandelaars staat iemand met wit haar, vlammende ogen, gloeiende voeten, zeven sterren en een zwaard.
  • De sleutels van het dodenrijk   Op. 1:17-20
    Johannes wordt gerustgesteld. De sterren zijn engelen en de kandelaars zijn gemeenten.
  • Efeze: Saturnus schijnt op het eerste chakra   Op. 2:1-7
    Efeze wordt toegesproken. Nikolaïeten en levensboom.
  • Smyrna: Jupiter schijnt op het tweede chakra   Op. 2:8-11
    Smyrna wordt toegesproken. Joden, satan en de tweede dood.
  • Pergamum: Mars schijnt op het derde chakra   Op. 2:12-17
    Pergamum wordt toegesproken. Antipas, satan, Bileam, Balak, Nikolaïeten, verborgen manna en een wit steentje.
  • Tyatira: de zon schijnt op het vierde chakra   Op. 2:18-29
    Tyatira wordt toegesproken. Izabel gaat haar gangen wordt ziek gemaakt. Overwinnaars leiden het volk.
  • Sarder: Venus schijnt op het vijfde chakra   Op. 3:1-6
    Sarder wordt toegesproken. Breek met uw leven of ik kom als een dief. Overwinnaars kleden zich wit.
  • Filadelfia: Mercurius schijnt op het zesde chakra   Op. 3:7-13
    Filadelfia wordt toegesproken. Pas op voor Satan, Joden en dieven. Wie overwint krijgt een zuil.
  • Laodicea: De Maan schijnt op het zevende chakra   Op. 3:14-22
    Laodicea wordt toegesproken. Lauw is vies. Bedek uw naaktheid. Wie overwint, zit op de troon.
  • Deur open, troon in de hemel   Op. 4:1-3
    Visioen. Een troon in de hemel met iemand van jaspis, sarder en een regenboog.
  • Vierentwintig oudsten, een zee van glas en vier wezens   Op. 4:4-8
    24 tronen met oudsten in wit. Fakkels zijn geesten. Zee van glas en vier wezens met ogen. Leeuw, stier, mens, adelaar.
  • Lof aan de heer op de troon   Op. 4:9-11
    De 24 oudsten aanbidden degene op de troon.
  • Boekrol met zeven zegels   Op. 5:1-2
    Dubbelzijdige boekrol met zeven zegels. Wie opent het?
  • De overwinnaar van de zeven adems   Op. 5:3-5
    Eerst niemand, maar dan de Leeuw van Juda.
  • Ontvangst van het gezegelde boek   Op. 5:6-7
    Een geslacht lam heeft zeven hoorns en ogen(=geesten). Hij krijgt de boekrol.
  • Koorzang 1: Vier wezens en de vierentwintig oudsten   Op. 5:8-10
    De 24+4 aanbidden het lam en zingen.
  • Koorzang 2: Engelen rondom de troon   Op. 5:11-14
    Heel veel engelen prijzen het lammetje.
  • Het lam verbreekt een zegel   Op. 6:1-2
    Het lammetje verbreekt een zegel en een wit paard verschijnt met ruiter, boog en zegekrans als overwinnaar.
  • Het lam verbreekt het tweede zegel   Op. 6:3-4
    Bij het tweede zegel verschijnt een rood paard met ruiter en een groot zwaard om de vrede te verdrijven.
  • Het lam verbreekt het derde zegel   Op. 6:5-6
    Een zwart paard met een ruiter en weegschaal. Dagloon voor tarwe en drie porties gerst. Geen wijn en olijfolie.
  • Het lam verbreekt het vierde zegel   Op. 6:7-8
    Een groengeel paard met ruiter die Dood heet. Zaaien dood en verderf met zwaard, honger, ziekten en dieren.
  • Het lam verbreekt het vijfde zegel   Op. 6:9-11
    Zielen van hen die geslacht waren wegens hun getuigenis. Ze krijgen witte kleren en van hen wordt geduld gevraagd.
  • Het lam verbreekt het zesde zegel   Op. 6:12-17
    Zware aardbeving, zon zwart en maan rood. Sterren op de aarde, hemel rolt op. Koningen c.s. verbergen zich.
  • Vier engelen stoppen de wind   Op. 7:1-3
    Vier engelen houden de wind in bedwang. Een engel met het zegel van God in het oosten roept de vier op om hun schade uit te stellen.
  • De stammen van Israel   Op. 7:4-8
    144.000 mensen dragen het zegel van God, 12.000 uit elke stam van Israël.
  • Een menigte roept om redding   Op. 7:9-12
    Een ontelbare menigte in wit roept om redding van God en het lam. Engelen, oudsten en vier wezens aanbidden de troon.
  • Intermezzo: Bloed van het lam   Op. 7:13-17
    Menigte heeft kleding witgewassen met bloed. God woont bij hen en ze lijden niet meer.
  • Het lam verbreekt het zevende zegel   Op. 8:1
    Het is een half uur stil in de hemel.
  • De eerste engel blaast de bazuin   Op. 8:2-7
    De zeven engelen krijgen een bazuin. Een achtste offert wierook op een schaal. Hij werpt vuur op de aarde. De eerste bazuin wordt geblazen. Vuur en bloed op de aarde en ⅓ brandt af.
  • De tweede engel blaast de bazuin   Op. 8:8-9
    Een grote berg met vlammen wordt in zee gegooid. ⅓ wordt bloed, ⅓ gaat dood en ⅓ van de schepen vergaat.
  • De derde engel blaast de bazuin   Op. 8:10-11
    Een grote ster (Alsem) valt op de rivieren en waterbronnen en maakt ⅓ bitter. Mensen sterven.
  • De vierde engel blaast de bazuin   Op. 8:12
    ⅓ van de zon, maan en sterren wordt verduisterd. ⅓ van de dag en nacht is er geen licht. Heuh?
  • Wee de mensen   Op. 8:13
    Een adelaar roept een klacht van medeleven.
  • De vijfde engel blaast de bazuin   Op. 9:1-12
    Een ster opent een put, rook verduistert de zon. Sprinkhanen pijnigen vijf maanden mensen zonder zegel. Zien eruit als strijdpaarden met mensenhoofd, leeuwentanden, pantser, staart en vleugels. Werken voor Abaddon.
  • De zesde engel blaast de bazuin   Op. 9:13-15
    Hoorns van het altaar geven opdracht de vier engelen van de wind los te laten. Ze doden ⅓ van de mensen.
  • 100.000.000 ruiters   Op. 9:16-21
    Een troep ruiters met rode pantsers en paarden met leeuwenkoppen doden ⅓ van de mensen met vuur, rook en zwavel. De overlevenden blijven afgoden aanbidden.
  • Engel met open boekrol   Op. 10:1-4
    Een engel met een open boekrol staat op land en zee. De donder vertelt een geheim.
  • De engel op de zee en het land   Op. 10:5-7
    Zee- en landengel vindt het de hoogste tijd. Bij de zevende bazuin wordt het geheim werkelijkheid.
  • Het boek eten   Op. 10:8-11
    Johannes krijgt het boekje om op te eten. Het smaakt zoet maar ligt zwaar op de maag.
  • Opmeten van de tempel   Op. 11:1-3
    Johannes moet de tempel en het altaar opmeten, uitgezonderd het voorhof. Twee getuigen komen 1260 dagen profeteren.
  • Olijfbomen en kandelaars   Op. 11:4-6
    Deze getuigen zijn olijfbomen en kandelaars. Ze verbranden vijanden, sluiten de hemel, veranderen water in bloed en treffen de aarde met plagen.
  • Beest uit de diepte   Op. 11:7
    Als ze klaar zijn, worden de getuigen gedood door het beest uit de diepte.
  • Lijken op het plein   Op. 11:8-9
    De lijken van de getuigen liggen op het plein en 3,5 dagen komen mensen kijken.
  • Herrijzenis van de twee getuigen   Op. 11:10-14
    Na 3,5 dagen herleven de getuigen en worden de mensen bang. Ze rijzen naar de hemel. 10% van de stad wordt verwoest, 7000 mensen gedood door een aardbeving. De overlevenden eren God.
  • De zevende engel blaast de bazuin   Op. 11:15-18
    De heerschappij van de Heer begint. 24 oudsten aanbidden God. Tijd voor het oordeel.
  • De ark van het verbond   Op. 11:19
    Uit de hemel verschijnt de Ark van het Verbond.
  • De zwangere vrouw   Op. 12:1-2
    Aan de hemel verschijnt een vrouw met zon, maan en sterren. Ze is zwanger.
  • De rode draak met zeven koppen   Op. 12:3-6
    Aan de hemel verschijnt de rode draak met zeven koppen en tien hoorns. Hij gooit ⅓ van de sterren op aarde en bedreigt de vrouw. De zoon wordt weggevoerd naar God, de vrouw vlucht naar de woestijn.
  • Oorlog in de hemel   Op. 12:7-12
    Michael verslaat de draak in een strijd. De draak wordt op aarde gegooid. God en zijn messias heersen nu.
  • De draak achtervolgt de vrouw   Op. 12:13-17
    De draak achtervolgt de vrouw. Zij krijgt vleugels en vliegt naar de woestijn. 1260 dagen wordt voor haar gezorgd. De draak spuwt een rivier uit, maar de aarde slokt die op. De draak voert strijd met haar nageslacht.
  • Het beest met tien hoorns   Op. 13:1-4
    Uit de zee komt een beest met tien hoorns en zeven koppen. Panter, beer, leeuw. De draak draagt zijn macht over. Een kop is gewond en geneest. De aarde bewondert de draak en het beest.
  • Het beest lastert 42 maanden   Op. 13:5-11
    Het beest lastert God, zijn naam, zijn woning en de hemelbewoners. Het overwint de heiligen en krijgt macht over de mensen die niet in het boek van leven staan.
  • Het beest met twee hoorns   Op. 13:11-12
    Een beest met twee hoorns komt uit de aarde. Het dwingt tot aanbidding van het eerste beest.
  • Het getal van het beest   Op. 13:13-18
    Het tweede beest laat de mensen een beeld maken van het eerste beest en blaast het leven in. Wie het niet aanbidt wordt gedood, de rest krijgt een merkteken, 666.
  • Het lam op Sion   Op. 14:1-5
    Op Sion staan het lam en 144.000 mensen met de naam van de Vader op hun voorhoofd, die het lied van de oudsten en de vier wezens begrijpen.
  • Engel met een eeuwig evangelie   Op. 14:6-7
    In de lucht verschijnt een engel met een eeuwig evagelie, dat hij bekend maakt. Eer God, hij oordeelt.
  • Gevallen is Babylon   Op. 14:8
    Een engel roept dat Babylon is gevallen.
  • Kwellingen voor de aanbidders van het beest   Op. 14:9-13
    Een engel vertelt dat de aanbidders van het beest de woede van God ontvangen. Pijn, rook en geen rust. Wel rust voor wie met de Heer is verbonden.
  • De eerste sikkel   Op. 14:14-16
    Zoon van de mens daalt neer met een sikkel. Een engel roept op tot oogsten. De aarde wordt geoogst.
  • De tweede sikkel   Op. 14:17-20
    Nog een engel met een sikkel. De druiven zijn rijp en worden geoogst. De wijnpers met druiven wordt uit de stad gereden. Er stroomt bloed uit.
  • Zeven engelen en een lied van Mozes   Op. 15:1-4
  • Hemelse tempel en zeven plagen   Op. 15:5-16:8
    De hemelse tempel gaat open en zeven engelen met plagen komen eruit. Ze krijgen offerschalen met Gods woede. De tempel wordt gevuld met rook.
  • De eerste offerschaal   Op. 16:2
    Pijnlijke zweren voor de mensen met het merkteken van het beest en zijn beeld.
  • De tweede offerschaal   Op. 16:3
    Water van de zee wordt bloed, zeewezens gaan dood.
  • De derde offerschaal   Op. 16:4-7
    Bronnen worden bloed, en dat is rechtvaardig.
  • De vierde offerschaal   Op. 16:8-9
    Zon verbrandt mensen met vuur. Mensen tonen geen berouw.
  • De vijfde offerschaal   Op. 16:10-11
    De troon van het beest wordt in duisternis gehuld. Mensen bijten op hun tong, maar veranderen niet.
  • De zesde offerschaal   Op. 16:12
    De Eufraat valt droog en maakt de weg vrij voor oosterse koningen.
  • Drie onreine geesten   Op. 16:13-16
    De drie beesten brengen kikkers voort, die tekenen verrichten en alle koningen bijeen brengen in Harmagedon.
  • De zevende offerschaal   Op. 16:17-21
    Lucht. Het is voorbij. Een aardbeving en de grote stad valt in drie stukken. Eilanden en bergen verdwijnen. Nog een plaag van hagelstenen.
  • De hoer op een rood beest met zeven koppen   Op. 17:1-5
    Een engel laat zien hoe de hoer veroordeeld wordt. Koningen en mensen plegen ontucht. In de woestijn zit een vrouw op een rood beest met zeven koppen en tien hoorns. Rode kleren, sieraden, beker en een naam op haar voorhoofd.
  • De betekenis van de hoer   Op. 17:6-8
    De vrouw is dronken van bloed. De engel onthult de betekenis. Het beest wordt vernietigd. Verbazing bij wie niet in het boek staat.
  • Over koppen, heuvels en koningen.   Op. 17:9-11
    Zeven koppen zijn heuvels en koningen. Vijf zijn dood, een is nu, een komt nog. Het beest is de achtste en een van de zeven.
  • Het lam overwint het beest   Op. 17:12-14
    Tien hoorns zijn toekomstige koningen die een uur macht krijgen. Hun macht gaat naar het beest. Het lam overwint hen.
  • De hoorns vernietigen de vrouw   Op. 17:15-18
    Waterstromen zijn volken, de hoorns vernietigen de hoer op Gods instructie. De vrouw is de grote stad.
  • Babylon is gevallen   Op. 18:1-3
    Een engel noemt Babylon gevallen, woonplaats voor demonen. Ze is misbruikt voor wellust en rijkdom.
  • Oproep om de stad te verlaten   Op. 18:4-20
    De zonden van de stad worden dubbel vergolden. De pijn is gelijk aan haar overvloed. Alle plagen komen op één dag. Koningen raken ontzet, handelaren treuren, alle rijkdom verdwijnt. Ook zeelui blijven op afstand. De heiligen juichen over het vonnis.
  • Het einde van Babylon   Op. 18:21-24
    Babylon wordt in zee gegooid als een molensteen. Geen muziek meer, geen werk, lampen, feesten, handel. Hier vloeide het bloed van de heiligen.
  • Lof voor God en een bruid voor het lam   Op. 19:1-8
    Een stem juicht over het vonnis van God. De 24+4 aanbidden de God op de troon. Vanaf de troon wordt opgeroepen tot Gods lof. De bruiloft van het lam en de bruid volgt.
  • Bruiloftsgasten   Op. 19:9-10
    Geluk voor de bruiloftsgasten. Men moet niet de dienaar van God, maar God zelf aanbidden.
  • Een wit paard met een ruiter   Op. 19:11-16
    Een wit paard met ruiter met vlammende ogen, vele kronen, een zwaard en een herdersstaf komt uit de hemel. Hij heet Logos. Een legermacht volgt.
  • Vogels krijgen een maaltijd   Op. 19:17-18
    Een engel in de zon roept de vogels naar de maaltijd van mensenvlees.
  • De ruiter doodt het beest   Op. 19:19-21
    Het beest komt strijd voeren met de witte ruiter, maar wordt gevangengenomen. Samen met zijn companen wordt hij in het vuur gegooid. Ook de rest wordt gedood.
  • Het beest wordt geketend   Op. 20:1-3
    Een engel uit de hemel ketent de draak voor 1000 jaar in een put.
  • De eerste opstanding   Op. 20:4-6
    De zielen van de onthoofden zitten op tronen en heersen 1000 jaar met de messias. Dit is de eerste opstanding.
  • De terugkeer van het beest   Op. 20:7-10
    Na 1000 jaar wordt het beest vrijgelaten om de volken te misleiden. Hij brengt een grote menigte bijeen om de heiligen te omsingelen, maar ze worden verbrand door hemels vuur.
  • Beoordeling van de doden   Op. 20:11-15
    Aarde en hemel vluchten voor degene op de troon. De doden worden beoordeeld met boeken. Ook de doden uit de zee en het dodenrijk. De dood en het dodenrijk gaan in het vuur (tweede dood), evenals wie niet in het levensboek staat.
  • De goddelijke belichaming en het nieuwe universum   Op. 21:1-5
    Nieuwe hemel en aarde en een heilige stad als een bruid. God woont bij de mensen. Er is geen dood meer en de getroonde maakt alles nieuw.
  • De tweede dood   Op. 21:6-8
    Het is voltrokken. Dorstigen krijgen water. Trouwelozen gaan het vuur in (tweede dood).
  • De nieuwe stad, Jeruzalem   Op. 21:9-14
    Een engel toont de bruid van het lam, de stad Jeruzalem uit de hemel. De stad heeft een hoge muur met twaalf poorten met engelen en de namen van de stammen en de apostelen.
  • De maten en uitvoering van de stad   Op. 21:15-21
    De stad is een kubus van 12.000 stadie. De stad is van jaspis, goud, glas, edelstenen en parels.
  • Het licht, de poorten en het boek   Op. 21:21-27
    De almachtige is de tempel, het lam is licht. De volken geven licht en koningen lof. De poorten blijven open en alleen wie in de boeken staat mag binnen.
  • Rivier, boom en licht   Op. 22:1-5
    Een rivier geeft leven. De levensboom geeft vruchten. Er is geen nacht meer en God is het licht.
  • Conclusie   Op. 22:6-9
    Dit gaat spoedig gebeuren. Johannes wil weer de engel aanbidden.
  • Het komt nu snel   Op. 22:10-16
    Profetie niet geheim houden, hij komt snel om te belonen. Wie zijn kleren wast, mag binnen. Jezus heeft zijn engel gestuurd.
  • Waarschuwing   Op. 22:17-21
    Wie dorst heeft mag drinken. Wie deze tekst aanpast is stout.
  • Bij het uitleggen van de betekenis van de Openbaringen van Johannes nemen we telkens een aantal verzen tegelijk om ze in samenhang te behandelen.

    Navigatie