anta

24 oudsten

De vierentwintig oudsen representeren de indeling van tijd. Een jaar is verdeeld in 24 halve maanperioden, zoals een dag in 24 uren is verdeeld.
Openbaringen 4 4 Om de  troon heen stonden vierentwintig andere tronen, waarop vierentwintig   oudsten zaten. Ze droegen witte  kleren en hadden een gouden  krans op hun hoofd.
Openbaringen 4 10 werpen de vierentwintig oudsten zich neer voor hem die op de troon zit, en aanbidden hem die  leeft tot in eeuwigheid, en leggen hun kransen voor zijn troon met de woorden:
Openbaringen 5 5 Toen zei een van de oudsten tegen mij: ‘Wees niet verdrietig. Want de leeuw uit de  stam Juda, de telg van David, heeft de  overwinning behaald, en daarom mag hij de  boekrol met de zeven zegels openen.’ 6 Midden voor de troon, tussen de vier  wezens en de oudsten, zag ik een  lam staan. Het zag eruit alsof het geslacht was en het had zeven  hoorns en zeven ogen; dat zijn de zeven  geesten van  God die over de hele  wereld zijn uitgestuurd.
Openbaringen 5 8 Op hetzelfde moment wierpen de vier wezens en de vierentwintig oudsten zich voor het lam neer. Ieder van hen had een  lier en een gouden  schaal vol wierook; dat zijn de gebeden van de  heiligen. 9 En ze zetten een nieuw  lied in: ‘U verdient het om de boekrol te ontvangen en zijn zegels te verbreken. Want u bent geslacht en met uw  bloed hebt u voor God mensen gekocht uit alle  landen en  volken, van elke stam en  taal.
Openbaringen 5 11 Daarna hoorde ik het  geluid van een groot aantal  engelen rondom de troon, de wezens en de oudsten; het waren er oneindig veel,  tienduizend maal tienduizenden, duizend maal duizenden.
Openbaringen 5 14 De vier wezens antwoordden: ‘ Amen,’ en de oudsten wierpen zich in aanbidding neer (voor hem die eeuwig leeft).
Openbaringen 7 11 Alle engelen stonden om de troon en de oudsten en de vier wezens heen. Ze bogen zich diep neer voor de troon en aanbaden God
Openbaringen 7 13 Een van de oudsten sprak mij aan: ‘ Wie zijn dat daar in het wit ( gekleed), en waar komen ze vandaan?’ 14 Ik antwoordde: ‘U weet het zelf, heer.’ Hij zei tegen me: ‘Dat zijn degenen die uit de grote verschrikkingen gekomen zijn. Ze hebben hun kleren witgewassen met het bloed van het lam.
Openbaringen 11 16 De vierentwintig oudsten op hun tronen bij God wierpen zich neer en aanbaden God 17 met de woorden: ‘Wij danken u, Heer, onze God, Almachtige, die is en die was, want in uw grote macht neemt u nu het  koningschap op u.
Openbaringen 14 3 Er werd voor de troon en voor de vier wezens en de oudsten iets gezongen dat leek op een nieuw lied. Niemand kon het lied begrijpen, behalve de 144.000 mensen die van de aarde zijn vrijgekocht.
Openbaringen 19 4 De vierentwintig oudsten en de vier wezens wierpen zich neer voor God, die op de troon zit, en aanbaden hem met de woorden: ‘Amen! Halleluja!’