anta

Troon

Openbaringen 1 4 Van  Johannes, aan de  zeven gemeenten in Asia. Genade zij u en vrede van  hem die is, die was en die komt, en van de  zeven geesten voor zijn  troon,
Openbaringen 2 13 Ik weet waar u woont, namelijk waar  Satans troon staat. U bent mijn  naam trouw gebleven en hebt uw geloof in mij niet verloochend, ook niet toen  Antipas, mijn betrouwbare getuige, werd  gedood in uw stad, waar ook Satan woont.
Openbaringen 3 21 Wie  overwint zal samen met mij op mijn troon zitten, net zoals ik zelf overwonnen heb en samen met mijn Vader op zijn troon zit.
Openbaringen 4 2 Op hetzelfde moment raakte ik in  vervoering. Er stond een troon in de  hemel en daarop zat iemand. 3 Degene die daar zat had een uiterlijk als van jaspis en sarder, en rond de troon was een regenboog die eruitzag als smaragd. 4 Om de troon heen stonden vierentwintig andere tronen, waarop vierentwintig   oudsten zaten. Ze droegen witte  kleren en hadden een gouden  krans op hun hoofd. 5 Van de troon gingen  bliksemschichten uit en  donderslagen en groot  geraas. Voor de troon brandden zeven vurige fakkels; dat zijn de zeven geesten van God. 6 Ook lag er voor de troon iets als een  zee van glas, van kristal. Midden voor de troon en eromheen waren  vier wezens, die van voren en van achteren een en al oog waren.
Openbaringen 4 9 Telkens als deze wezens lof,  eer en dank brengen aan degene die op de troon zit en die tot in eeuwigheid  leeft, 10 werpen de vierentwintig oudsten zich neer voor hem die op de troon zit, en aanbidden hem die leeft tot in eeuwigheid, en leggen hun kransen voor zijn troon met de woorden:
Openbaringen 5 1 Toen zag ik dit: degene die op de troon zat had in zijn rechterhand een  boekrol die aan beide kanten beschreven was en met zeven zegels was verzegeld.
Openbaringen 5 6 Midden voor de troon, tussen de vier wezens en de oudsten, zag ik een  lam staan. Het zag eruit alsof het geslacht was en het had zeven  hoorns en zeven ogen; dat zijn de zeven geesten van God die over de hele  wereld zijn uitgestuurd. 7 Het lam ging naar degene die op de troon zat en ontving de boekrol uit zijn rechterhand.
Openbaringen 5 11 Daarna hoorde ik het geluid van een groot aantal  engelen rondom de troon, de wezens en de oudsten; het waren er oneindig veel,  tienduizend maal tienduizenden, duizend maal duizenden.
Openbaringen 5 13 Elk schepsel in de hemel, op aarde, onder de aarde en in de  zee, alles en iedereen hoorde ik zeggen: ‘Aan hem die op de troon zit en aan het lam komen de dank, de eer, de lof en de macht toe, tot in eeuwigheid.’
Openbaringen 6 16 Ze riepen de bergen en de rotsen toe: ‘Val op ons neer! Verberg ons voor het oog van hem die op de troon zit en voor de toorn van het lam!
Openbaringen 7 9 Hierna zag ik dit: een onafzienbare  menigte, die niet te tellen was, uit alle  landen en  volken, van elke  stam en  taal. In het wit  gekleed en met palmtakken in hun hand stonden ze voor de troon en voor het lam. 10 Luid riepen ze (met luide stem): ‘De redding komt van onze God die op de troon zit en van het lam!’ 11 Alle engelen stonden om de troon en de oudsten en de vier wezens heen. Ze bogen zich diep neer voor de troon en aanbaden God
Openbaringen 7 15 Daarom staan ze voor Gods troon en zijn ze dag en nacht in zijn tempel om hem te vereren. En hij die op de troon zit zal bij hen wonen.
Openbaringen 7 17 Want het lam midden voor de troon zal hen hoeden, hen naar de  waterbronnen van het leven brengen. En God zal alle tranen uit hun ogen wissen.’
Openbaringen 8 2 Ik zag de zeven  engelen die voor Gods troon staan. Ze kregen alle zeven een  bazuin. 3 Toen kwam er een andere  engel, die met een gouden  wierookschaal bij het  altaar ging staan. Hij kreeg een grote hoeveelheid wierook om die op het gouden altaar voor de troon te offeren, samen met de gebeden van alle  heiligen.
Openbaringen 11 16 De vierentwintig oudsten op hun tronen bij God wierpen zich neer en aanbaden God
Openbaringen 12 5 Maar toen ze het  kind gebaard had – een zoon, die alle volken met een ijzeren herdersstaf zal hoeden – werd het dadelijk weggevoerd naar God en zijn troon.
Openbaringen 13 2 Het  beest dat ik zag leek op een panter, met poten als van een beer en een bek als de muil van een leeuw. De draak droeg zijn kracht en heerschappij (troon) en gezag aan het beest over.
Openbaringen 14 3 Er werd voor de troon en voor de vier wezens en de oudsten iets gezongen dat leek op een nieuw  lied. Niemand kon het lied begrijpen, behalve de 144.000 mensen die van de aarde zijn vrijgekocht.
Openbaringen 14 5 Geen leugen komt over hun lippen, er valt niets op hen (die voor de troon van God staan) aan te merken.
Openbaringen 16 10 De vijfde  engel goot zijn  offerschaal leeg over de troon van het beest. Zijn  rijk werd in duisternis gehuld. De mensen beten op hun tong van de pijn.
Openbaringen 16 17 De zevende  engel goot zijn offerschaal leeg over de  lucht. Toen klonk er uit de tempel een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Het is voorbij!’
Openbaringen 19 4 De vierentwintig oudsten en de vier wezens wierpen zich neer voor God, die op de troon zit, en aanbaden hem met de woorden: ‘ Amen! Halleluja!’ 5 Vanaf de troon klonk een stem, die zei: ‘Loof onze God! Laat al zijn  dienaren die ontzag voor hem hebben, jong en oud, hem loven!’
Openbaringen 20 4 Ook zag ik tronen, en aan hen die erop zaten werd recht gedaan. Het zijn de  zielen van hen die onthoofd waren omdat ze van  Jezus hadden getuigd en over God hadden gesproken (en vanwege het  Woord van God); zij hadden het beest en zijn  beeld niet aanbeden en ook zijn  merkteken niet op hun voorhoofd of hun hand gekregen. Zij waren tot leven gekomen en  heersten duizend jaar lang samen met de [691messias].
Openbaringen 20 11 Toen zag ik een grote witte troon en hem die daarop zat. De aarde en de hemel vluchtten van hem weg en verdwenen in het niets. 12 Ik zag de  doden, jong en oud, voor de troon staan. Er werden boeken geopend. Toen werd er nog een geopend: het  boek van het leven. De doden werden op grond van wat in de boeken stond geoordeeld naar hun daden.
Openbaringen 21 3 Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods  woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn.
Openbaringen 21 5 Hij die op de troon zat zei: ‘Alles maak ik nieuw!’ – Ik hoorde zeggen: ‘Schrijf het op, want wat hier wordt gezegd is (deze woord zijn) betrouwbaar en waar.’ –
Openbaringen 22 1 Hij liet me een  rivier zien met water dat leven geeft. De rivier was helder als kristal en ontsprong aan de troon van God en van het lam.
Openbaringen 22 3 Er zal niets meer zijn waarop nog een vloek rust. De troon van God en van het lam zal daar in de  stad staan. Zijn dienaren zullen hem vereren