anta

Hemel

Openbaringen 3 12 Wie  overwint maak ik tot een zuil in de tempel van mijn  God. Daar zal hij voor altijd blijven staan. Ik zal op hem de  naam schrijven van mijn God en van (de naam van) de stad van mijn God, het nieuwe  Jeruzalem dat bij mijn God vandaan uit de  hemel zal neerdalen, en ook mijn eigen nieuwe naam.
Openbaringen 4 1 Hierna had  ik een visioen. Er stond een deur open in de hemel. De stem die me eerder had toegesproken met het  geluid van een  bazuin, zei nu: ‘Kom hierboven, dan laat ik je zien wat er hierna gebeuren moet.’ 2 Op hetzelfde moment raakte ik in  vervoering. Er stond een  troon in de hemel en daarop zat iemand.
Openbaringen 5 3 Maar er was niemand in de hemel of op  aarde of onder de aarde die de  boekrol kon openen en inzien.
Openbaringen 5 13 Elk schepsel in de hemel, op aarde, onder de aarde en in de  zee, alles en iedereen hoorde ik zeggen: ‘Aan hem die op de troon zit en aan het  lam komen de dank, de  eer, de lof en de macht toe, tot in eeuwigheid.’
Openbaringen 6 13 De sterren (van de hemel) vielen op de aarde, zoals late vijgen die door een stormwind van de boom worden gerukt. 14 De hemel scheurde los en rolde zich als een boekrol op. Geen berg of eiland bleef op zijn plaats.
Openbaringen 8 1 Toen het lam het zevende zegel verbrak, viel er een stilte in de hemel, gedurende ongeveer een half uur.
Openbaringen 8 10 De derde  engel blies op zijn bazuin. Uit de hemel viel een grote  ster, die zo fel brandde als een fakkel. Hij viel op een derde deel van de  rivieren en op de waterbronnen.
Openbaringen 8 13 In mijn visioen hoorde ik de luide roep van een  adelaar die hoog in de lucht vloog: ‘Wee! Wee! Wee de mensen die op aarde leven! Want dadelijk klinken de bazuinen van de drie  engelen die nog niet geblazen hebben.’
Openbaringen 9 1 Toen blies de vijfde  engel op zijn bazuin. Ik zag een  ster die uit de hemel op de aarde was gevallen. Hij kreeg de sleutel van de put naar de  onderaardse diepte.
Openbaringen 10 1 Ik zag een andere machtige  engel uit de hemel neerdalen. Een wolk omhulde hem en de regenboog was om zijn hoofd. Zijn gezicht was als de  zon en zijn benen waren als zuilen van vuur.
Openbaringen 10 4 Ik wilde opschrijven wat ze gezegd hadden, maar een stem uit de hemel zei tegen mij: ‘Wat de zeven  donderslagen gezegd hebben, moet je geheimhouden. Schrijf het niet op.’ 5 Toen hief de engel die ik op de zee en het land zag staan, zijn rechterhand op naar de hemel. 6 Hij zwoer: ‘Zo waar de schepper van de hemel en alles wat daarin is, en van de aarde met alles wat daarop is, en de zee met alles wat daarin is, tot in eeuwigheid  leeft: het is de hoogste tijd!
Openbaringen 10 8 Toen hoorde ik opnieuw die stem uit de hemel. Hij zei tegen me: ‘Haal de geopende  boekrol die de engel die op de zee en het land staat in zijn hand heeft.’
Openbaringen 11 6 Zij hebben de macht om de hemel te sluiten, zodat er geen regen valt zolang zij  profeteren. Ook hebben ze de macht om  water in  bloed te veranderen. Verder kunnen ze de aarde treffen met alle mogelijke  plagen, zo vaak ze maar willen.
Openbaringen 11 12 Er klonk een luide stem uit de hemel, die tegen hen zei: ‘Kom hierboven.’ Toen stegen ze in de wolk op naar de hemel, voor het oog van hun vijanden. 13 Op dat moment kwam er een zware  aardbeving, die een tiende deel van de  stad verwoestte. Zevenduizend mensen (van naam) werden door de aardbeving  gedood, de rest werd door vrees bevangen en begon de God van de hemel eer te bewijzen.
Openbaringen 11 15 Toen blies de zevende  engel op zijn bazuin. In de hemel klonken luide stemmen, die zeiden: ‘Nu begint de  heerschappij van onze Heer over de  wereld, en die van zijn messias. Hij zal heersen tot in eeuwigheid.’
Openbaringen 11 19 Toen ging Gods tempel in de hemel open en verscheen daar de ark van het verbond. Er volgden  bliksemschichten, groot geraas, donderslagen, een aardbeving en zware  hagel.
Openbaringen 12 1 Er verscheen in de hemel een indrukwekkend teken: een  vrouw, bekleed met de zon, met de  maan onder haar voeten en een  krans van twaalf sterren op haar hoofd.
Openbaringen 12 3 Er verscheen een tweede teken in de hemel: een grote,  vuurrode draak, met zeven koppen en tien  hoorns, en op elke kop een kroon. 4 Met zijn staart sleepte hij een derde van de sterren aan de hemel mee en smeet ze op de aarde. De draak ging voor de vrouw staan die op het punt stond haar  kind te baren, om het te verslinden zodra ze bevallen was.
Openbaringen 12 7 Toen brak er oorlog uit in de hemel.  Michaël en zijn  engelen bonden de strijd aan met de draak. De draak en zijn  engelen boden tegenstand 8 maar werden verslagen; sindsdien is er voor hen in de hemel geen plaats meer.
Openbaringen 12 10 Toen hoorde ik een luide stem in de hemel zeggen: ‘Nu zijn de redding, de macht en het  koningschap van onze God werkelijkheid geworden, en de heerschappij van zijn [691messias]. Want de aanklager van onze broeders en zusters, die hen dag en nacht bij onze God aanklaagde, is ten val gebracht.
Openbaringen 12 12 Daarom: juich, hemel, en allen die daar wonen! Maar wee de aarde en de zee: de duivel is naar jullie afgedaald! Hij is  woedend, want hij weet dat hij geen tijd te verliezen heeft.’
Openbaringen 13 6 Het opende zijn bek en lasterde God, zijn naam en zijn  woning en hen die in de hemel wonen.
Openbaringen 13 13  Het verrichtte indrukwekkende tekenen, het liet voor de ogen van de mensen zelfs vuur uit de hemel neerdalen op de aarde.
Openbaringen 14 2 Ik hoorde uit de hemel een geluid komen dat klonk als het geluid van geweldige  watermassa’s, van zware donderslagen; het klonk als het geluid dat muzikanten maken die op de  lier spelen.
Openbaringen 14 6 Toen zag ik opnieuw een  engel, die hoog in de lucht vloog. Hij had een eeuwig evangelie dat hij bekend moest maken aan de mensen op aarde, uit alle  landen en  volken, van elke  stam en  taal. 7 Luid riep hij (met luide stem): ‘Heb ontzag voor God en geef hem eer, want nu is de tijd gekomen dat hij zijn oordeel zal vellen. Aanbid hem die hemel en aarde, zee en waterbronnen geschapen heeft.’
Openbaringen 14 13 Ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: ‘Schrijf op: “Gelukkig zijn zij (de  doden) die vanaf nu in verbondenheid met de Heer sterven.”’ En de  Geest beaamt: ‘Zij mogen uitrusten van hun inspanningen, want hun daden vergezellen hen.’
Openbaringen 14 17 Er kwam een andere  engel uit de hemelse tempel, die ook zo’n scherpe sikkel had.
Openbaringen 15 1 Ik zag in de hemel opnieuw een indrukwekkend, wonderbaarlijk teken: het waren zeven engelen met de zeven laatste plagen, waarmee aan Gods woede een einde komt.
Openbaringen 15 5 Hierna zag ik de hemelse tempel, de verbondstent, opengaan.
Openbaringen 16 11 Ze lasterden de God van de hemel, vanwege hun pijn en hun zweren, en ze braken niet met het leven dat ze leidden.
Openbaringen 16 21 Uit de hemel vielen loodzware hagelstenen op de mensen, en de mensen lasterden God vanwege de plaag van die hagel, want het was een vreselijke plaag.
Openbaringen 18 1 Hierna zag ik een andere  engel uit de hemel neerdalen. Hij had groot gezag en zijn luister verlichtte de aarde.
Openbaringen 18 4 Toen hoorde ik een andere stem uit de hemel zeggen: ‘Ga weg uit die stad, mijn volk, zodat je geen deel hebt aan haar zonden en ontkomt aan de plagen die haar zullen treffen. 5 Want haar zonden reiken tot aan de hemel en God zal haar onrecht vergelden.
Openbaringen 18 20 Juich om haar, hemel, juich  heiligen, apostelen en  profeten! Het vonnis dat zij jullie had toebedacht, heeft God aan haar voltrokken.’
Openbaringen 19 1 Hierna hoorde ik in de hemel een geweldige stem als van een grote menigte zeggen: ‘Halleluja! De redding, de eer en de macht zijn van onze God,
Openbaringen 19 11 Ik zag dat de hemel geopend was, en dit zag ik: een wit paard met een ruiter, die ‘Trouw en betrouwbaar’ heet, die een rechtvaardig vonnis velt en een rechtvaardige strijd voert.
Openbaringen 19 14 De hemelse legermacht, gekleed in zuiver, wit  linnen, volgde hem op witte paarden.
Openbaringen 19 17 Toen zag ik een  engel midden in de zon staan. Luid (met luide stem) riep hij tegen de vogels die hoog in de lucht vlogen: ‘Kom naar [God]s grote maaltijd.
Openbaringen 20 1 Ik zag een  engel uit de hemel neerdalen met de sleutel van de onderaardse diepte en zware ketenen in zijn hand.
Openbaringen 20 9 Ze trekken op, over de hele breedte van de aarde, en omsingelen het kamp van de heiligen en de geliefde stad. Maar vuur daalt neer uit de hemel en verteert hen.
Openbaringen 20 11 Toen zag ik een grote witte troon en hem die daarop zat. De aarde en de hemel vluchtten van hem weg en verdwenen in het niets.
Openbaringen 21 1 Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer. 2 Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel?? neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een  bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht.
Openbaringen 21 10 Ik raakte in vervoering, en hij nam mij mee naar een heel hoge berg en liet me de heilige stad Jeruzalem zien, die uit de hemel?? neerdaalde, bij God vandaan.