anta

God

Introductie

God wordt geintroduceerd.

Openbaringen 1 1 Openbaring van  Jezus Christus, die hij van  God ontving om aan de  dienaren van God te laten zien wat er binnenkort gebeuren moet. Hij heeft zijn  engel deze openbaring laten meedelen aan zijn dienaar  Johannes. 2 Johannes maakt bekend wat God gesproken heeft ( Woord van God) en waarvan Jezus Christus heeft getuigd; dit heeft hij allemaal gezien.
Openbaringen 1 4 Van Johannes, aan de  zeven gemeenten in Asia. Genade zij u en vrede van hem die is, die was en die komt, en van de  zeven geesten voor zijn  troon,
Openbaringen 1 6 die een  koninkrijk uit ons gevormd heeft en ons heeft gemaakt tot priesters voor God, zijn Vader – aan hem komt de  eer toe en de macht, tot in eeuwigheid.  Amen.
Openbaringen 4 11 ‘U komt alle lof, eer en macht toe, Heer, onze God, want u hebt alles geschapen: uw wil is de oorsprong van alles wat er is.’
Openbaringen 7 10 Luid riepen ze (met luide  stem): ‘De redding komt van onze God die op de troon zit en van het  lam!’
Openbaringen 11 17 met de woorden: ‘Wij danken u, Heer, onze God, Almachtige, die is en die was, want in uw grote macht neemt u nu het  koningschap op u.

De eeuwigheid van God

God is, was en komt.

Openbaringen 1 8 ‘Ik ben de alfa en de omega,’ zegt God, de Heer, ‘ik ben het die is, die was en die komt, de Almachtige.’
Openbaringen 4 8 Elk van de vier  wezens had zes vleugels, met overal ogen langs de randen en aan de binnenkant. Dag en nacht herhalen ze: ‘Heilig, heilig, heilig is God, de Heer, de Almachtige, die was, die is en die komt.’
Openbaringen 7 17 Want het lam midden voor de troon zal hen hoeden, hen naar de  waterbronnen van het leven brengen. En God zal alle tranen uit hun ogen wissen.’
Openbaringen 11 11 Maar toen de drie-en-een-halve dag voorbij waren, voer er een  levens geest uit God in hen en kwamen ze weer overeind. Iedereen die hen zag werd doodsbang.

De werken van God

God maakt het nieuwe Jeruzalem.

Wist tranen uit

Wekt twee getuigen tot leven

Openbaringen 3 12 Wie  overwint maak ik tot een zuil in de tempel van mijn God. Daar zal hij voor altijd blijven staan. Ik zal op hem de  naam schrijven van mijn God en van (de naam van) de stad van mijn God, het nieuwe  Jeruzalem dat bij mijn God vandaan uit de  hemel zal neerdalen, en ook mijn eigen nieuwe naam.
Openbaringen 12 6 De  vrouw zelf vluchtte naar de woestijn. God had daar een plaats voor haar gereedgemaakt, waar 1260 dagen lang voor haar gezorgd zou worden.
Openbaringen 15 8 Gods majesteit en kracht vulden de tempel met rook. Niemand kon de tempel binnengaan voordat aan de zeven  plagen van de zeven  engelen een einde was gekomen.
Openbaringen 16 19 De grote stad viel in drie stukken uiteen en de steden van alle  volken werden verwoest. Het grote  Babylon moest het ontgelden: God gaf het de beker met de wijn van (de boosheid van) zijn hevige  woede .
Openbaringen 17 17 Want God heeft hen ertoe aangezet om zijn plan uit te voeren, zodat ze allemaal met hetzelfde doel voor ogen hun macht (koninkrijk) aan het beest overdragen, tot wat God gezegd heeft (het Woord van God) werkelijkheid wordt.
Openbaringen 18 5 Want haar zonden reiken tot aan de hemel en God zal haar onrecht vergelden.
Openbaringen 18 8 Daarom zullen alle plagen haar op één dag treffen:  dodelijke ziekte, rouw en hongersnood, en ze zal in vlammen opgaan. Want God, de Heer, die dat vonnis heeft geveld, is machtig.
Openbaringen 18 20 Juich om haar, hemel, juich  heiligen, apostelen en  profeten! Het vonnis dat zij jullie had toebedacht, heeft God aan haar voltrokken.’
Openbaringen 21 2 Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel?? neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een  bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht. 3 Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods  woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn  volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn.
Openbaringen 21 7 Wie overwint komen al deze dingen toe. Ik zal zijn God zijn en hij zal mijn kind zijn.
Openbaringen 21 10 Ik raakte in vervoering, en hij nam mij mee naar een heel hoge berg en liet me de heilige stad Jeruzalem zien, die uit de hemel?? neerdaalde, bij God vandaan.
Openbaringen 21 22 Maar een tempel zag ik niet in de stad, want God, de Heer, de Almachtige, is haar tempel, met het lam. 23 De stad heeft het licht van de  zon en de  maan niet nodig: over haar schijnt Gods luister, en het lam is haar licht.
Openbaringen 22 1 Hij liet me een  rivier zien met water dat leven geeft. De rivier was helder als kristal en ontsprong aan de troon van God en van het lam.
Openbaringen 22 5 Het zal er geen nacht meer zijn en het licht van een lamp of het licht van de zon hebben ze niet nodig, want God, de Heer, zal hun licht zijn. En zij zullen als koningen heersen tot in eeuwigheid. 6 Toen zei hij tegen mij: ‘Wat hier gezegd is, is (deze woorden zijn) betrouwbaar en waar. De Heer, de God die profeten bezielt, heeft zijn engel gestuurd om aan zijn dienaren te laten zien wat er binnenkort gebeuren moet.’