anta

Het geheime Boek van Johannes

Het Geheime Boek van Johannes is een gnostisch geschrift waarvan in 1899 in Achmin (Egypte) een exemplaar is teruggevonden, en later in 1945 in Nag Hammadi (ook Egypte) nog drie. Het is begin jaren negentig in het Nederlands vertaald door Jacob Slavenburg en Willem Glaudemans. Het beschrijft in detail (hoeveel in beeldende taal) hoe de schepping van de goddelijke wereld heeft plaatsgevonden. Hieronder volgt de volledige tekst, aangevuld met illustraties die de beeldende taal tot leven moeten brengen.

Inleiding door Johannes

Dit zijn de leringen van de Verlosser en de openbaring van de mysteriën en van wat in stilte verborgen ligt en zelfs van de dingen die hij aan Johannes zijn leerling, onderwees.

Apostel Johannes op een berg De apostel die zich bezint, trekt zich terug in eenzaamheid op een berg. In esoterische termen duidt dit op terugtrekking in zichzelf teneinde geestelijke verhoging te bereiken.

En het geschiedde een dezer dagen dat Johannes, de broer van Jacobus – dit zijn de zonen van Zebedeüs – opging naar de tempel, waar een Farizeeër, Arimanios genaamd, op hem toekwam en zei: ‘Waar is toch de meester die jij volgde?’

En hij antwoordde hem: ‘Hij is weergekeerd naar de plaats vanwaar hij gekomen is.’

En de Farizeeër zei hem: “Deze Nazoreeër heeft jullie door bedrog misleid. Hij heeft jullie oren met leugens gevuld, jullie hart gesloten en jullie afgewend van de geestelijke traditie van jullie vaderen.’

Toen ik, Johannes, dit hoorde, ging ik weg van de tempel naar een bergachtige en verlaten plaats, want ik treurde diep in mijn hart en vroeg mijzelf af: ‘Hoe werd de Verlosser aangesteld en waarom werd hij door zijn Vader in de wereld gezonden? En wie is dan die Vader, die hem gezonden heeft? En hoe ziet die eon eruit waarheen wij onderweg zijn? Want wat bedoelde hij toen hij tegen ons zei: “Die eon waarheen jullie gaan heeft de grondvorm van een onvergankelijke eon”, maar legde ons niet uit wat dat laatste inhoudt?’

Ik had dit nog niet gedacht, of zie, de hemelen openden zich boven mij en de ganse schepping onder de hemel straalde en heel de wereld beefde. Ik werd bevreesd en wierp mij terneer, en zie, in dat licht zag ik een kind voor me staan. Maar terwijl ik keek veranderde het in een oude man, en nam toen weer de gedaante vaan van een vrouw. Er was geen veelvormigheid voor me, maar het vormde een eenheid van meerdere gestalten in het licht. En die gestalten openbaarden elkaar wederzijds en de enkelvoudige verschijning was drievormig.

De Allerhoogste beschrijft Zichzelf

Hij sprak tot mij: ‘Johannes, Johannes, waarom ben je verbaasd, en waarom heb je angst? Je bent toch niet onbekend met deze verschijning die is wat zij is? Verlies de moed niet. Ik ben het, de Ene die altijd met jullie is. Ik ben de Vader.  Ik ben de Moeder. Ik ben de Zoon. Ik ben de onbezoedelde en de onvergankelijke. Heden ben ik gekomen om jou te verkondigen wat is, wat was en wat komen zal, zodat je het onzichtbare en het zichtbare zult kennen; en om jou te onderrichten over het onwankelbaar geslacht van de volmaakte Mens. Hef nu je aangezicht op, sta op en hoor toe, opdat je verstaat wat ik je heden zeggen zal en jij het vertellen kunt aan je geestverwanten, zij die uit het onwankelbare geslacht van de volmaakte Mens stammen.’

En tot mij die graag wilde weten sprak hij: ‘De Eenheid is soeverein, daarboven heerst niets. Hij is de ware God en Vader van het Al, de Onzichtbare, die boven het Al is, die in onvergankelijkheid verkeert en woont in het zuivere licht, dat geen ogen kunnen aanschouwen. Hij is de onzichtbare Geest. Men mag Hem zich niet als een god of iets dergelijks voorstellen want Hij is grootser dan goden, omdat er boven Hem niets bestaat. Niemand is heer over Hem, want Hij vestigt Zichzelf, Hij is eeuwig en heeft niets nodig, want Hij is volkomen volmaaktheid. Hem ontbreekt niets, dat Hem zou kunnen vervolmaken, omdat Hij steeds volmaakt is. Hij is het licht. Hij is onbegrensbaar, want Hem ging niemand vooraf die Hem kan begrenzen. Hij is onbepaald, want Hem ging niemand vooraf die Hem kan bepalen. Hij is onmetelijk, want er is niemand vóór Hem die Hem kan meten. Hij is onzichtbaar, want niemand heeft Hem gezien. Hij is eeuwig, want Hij bestaat in eeuwigheid. Hij is onbeschrijfelijk want het is niemand gelukt Hem te beschrijven. Hij is onnoembaar, want niemand is Hem voorafgegaan om Hem naam te geven. Hij is het onmetelijk licht, zuiver, heilig en rein. Hij is onuitsprekelijk, volmaakt in onvergankelijkheid. Hij is niet voleindigd, noch zalig, nog goddelijk, maar overstijgt dit alles verre. Hij is noch lichamelijk, noch onlichamelijk. Hij is groot noch klein. Over Hem is het onmogelijk te beantwoorden: “Wat is zijn kwantiteit?” of “Wat is zijn kwaliteit?”, want niemand kan Hem kennen. In niets gelijkt Hij op andere wezens, want Hij is ze verre superieur, niet dat Hij eenvoudigweg superieur is, maar dat zijn wezen op zichzelf geen deel heeft aan eonen en tijden.

Wie namelijk deelheeft aan de eonen is daartoe tevoren door een ander gereedgemaakt. Hem echter is geen tijd toegemeten, want Hij ontvangt niets van anderen, zoiets zou immers een leen zijn. Want Hij die alle anderen voorafgaat mist niets wat Hij van hen zou kunnen ontvangen. Zij zijn het veeleer die verwachtingsvol opzien naar Zijn louterend licht. Want Hij is grootheid, onmetelijke zuiverheid, eeuwigheid, schenker van eeuwigheden, leven, dat leven schenkt, gelukzaligheid, die gelukzaligheid schenkt, kennis, die kennis verschaft, goedheid, die goedheid schenkt, ontferming die ontferming en redding biedt, genade, die genadig is, niet omdat Hij dit alles voor zichzelf bezit, maar omdat Hij het in onmetelijk, onvatbaar licht uitdeelt.

Wat kan ik je verder over Hem mededelen? Zijn eon is onvergankelijk, zwijgt en is zwijgen, en rust. Hij gat het Al vooraf, want Hij is het hoofd van alle eonen, en geeft hun door zijn goedheid kracht.  Want wij kennen de Onuitsprekelijke niet noch begrijpen we de Onmetelijke, behalve hij die uit Hem voortkwam, namelijk uit de Vader. Want hij is het die ons dit alles heeft gezegd.

De Eenheid is soeverein, daarboven heerst niets. Om de onbeschrijflijke bron van het al visueel te maken, tonen we de goddelijke oerenergie als een lichtende bol in de duisternis. Houd in gedachten dat de werkelijkheid geen vorm heeft.

De schepping van Barbelo

Want Hij is het die alleen zichzelf ziet in zijn licht, dat Hem omringt, dat de bron is van het levenswater. En Hij is het die aan alle eonen geeft. En in elke richting aanschouwt Hij zijn beeld doordat Hij het weerspiegeld ziet in de bron van de Geest. Hij is het die zijn verlangen neerlegt in zijn lichtwater dat de bron is van het pure lichtwater dat Hem omringt. En zijn gedachte verzelfstandigde zich en zij werd manifest, en zij verscheen voor Hem in de glans van zijn licht.’

‘Dit is de eerste kracht, die Het Al voorafging en die zich vanuit zijn denken manifesteerde. Zij is de Eerste Gedachte van het al. Haar licht straalt als evenlicht van zijn licht. Haar volmaakte kracht is het evenbeeld van de onzichtbare, maagdelijke Geest die volmaakt is. Die eerste kracht, de glorie van Barbelo, de volmaakte heerlijkheid van de eonen, de glorie van de openbaring, de verheerlijking van de maagdelijke Geest. En zij prees Hem, want dankzij Hem was zij gemanifesteerd.

Dit is de Eerste Gedachte, zijn evenbeeld. Zij werd de moederschoot van het Al, want zij gaat alles vooraf, de Moeder-Vader, de eerste mens, de Heilige Geest, de drievuldig mannelijke, de driewerf krachtige, de drievoudige genaamde androgyne Ene, en de eeuwige eon te midden der onzichtbaren, de eerste die voorgekomen is.

En zij, Barbelo, verzocht Hem, de onzichtbare, maagdelijke Geest, haar Voorkennis te geven, en de Geest vergunde het haar. En met zijn instemming verscheen Voorkennis en zij stond daar met de Eerste Gedachte, zij die ontsprong aan de Gedachte van de onzichtbare, maagdelijke Geest.

En zij prees Hem en zijn volmaakte kracht, Barbelo, dankzij wie zij was ontstaan. En vervolgens verzocht zij Hem haar Onvergankelijkheid te geven, en Hij vergunde het haar. En met zijn instemming verscheen Onvergankelijkheid En stond daar met de Eerste Gedachte en de Voorkennis, en zij prees de Onzichtbare en Barbelo, dankzij wie zij tot bestaan waren gekomen.

En Barbelo verlangde van Hem haar Eeuwig Leven te geven, en de onzichtbare Geest vergunde haar dit. En met zijn instemming verscheen Eeuwig Leven, en zijstonden daar en prezen de onzichtbare Geest en Barbelo, dankzij wie zij tot bestaan waren gekomen.

En tenslotte verlangde ze van Hem haar Waarheid te geven, en de onzichtbare Geest vergunde haar dit. En met zijn instemming verscheen Waarheid en zij stonden daar en loofden de onzichtbare Geest en zijn Barbelo, dankzij wie zij tot bestaan waren gekomen. Dit is het Vijftal der eonen van de Vader dat de Eerste Mens is, het evenbeeld van de onzichtbare Geest: dat is de Eerste Gedachte – zij die Barbelo is en de gedachte – en Voorkennis, en Onvergankelijkheid, en Eeuwig Leven en Waarheid. Dit is het eeuwig androgyne Vijftal dat het Tiental der eonen is, dat is de Vader.

De schepping van Barbelo En zijn gedachte verzelfstandigde zich en zij werd manifest, en zij verscheen voor Hem in de glans van zijn licht.

De schepping van Christus

En Hij keek naar Barbelo in het zuivere licht dat de onzichtbare Geest omgeeft, en Hij maakte haar zwanger van zijn vonk, en zij baarde een lichtvonk die geleek op het gelukzalig licht, maar in grootheid daaraan ongelijk was. Dit is de Eniggeborene van de Vader-Moeder die verschenen is, de enige loot, de Eniggeborene van de Vader, het zuivere licht. En de onzichtbare, maagdelijke Geest verheugde zich over het licht dat verschenen was, de eerste manifestatie van de eerste kracht van zijn Eerste Gedachte, die Barbelo is. En Hij zalfde hem met zijn Christus-goedheid zodat hij volmaakt werd en aan Christus-goedheid niets ontbeerde, omdat Hij hem gezalfd had met de goedheid van zijn onzichtbare Geest.

En hij stond voor Hem terwijl Hij hem overgoot. En meteen toen hij dit van Hem ontvangen had verheerlijkte hij de Heilige Geest en de volmaakte Eerste Gedachte, dankzij wie hij tot bestaan gekomen was. En hij vroeg Hem om hem een medewerker te geven, namelijk Bewustzijn en Hij vergunde hem dat. En met de instemming van de onzichtbare Geest, kwam Bewustzijn tot bestaan, en ging voor Christus staan en verheerlijkte hem en Barbelo. Dit alles kwam tot bestaan in stilte.

Het Bewustzijn verlangde door het Woord van de onzichtbare Geest een werk te volbrengen. En zijn Wil werd een werktuig en manifesteerde zich terwijl het Bewustzijn en het licht Hem verheerlijkten. En het Woord volgde de Wil, want door het Woord schiep Christus, de goddelijke Zelfverwekte, het Al. En Eeuwig Leven samen met zijn Wil, en Bewustzijn samen met Voorkennis, stonden daar en prezen de onzichtbare Geest en Barbelo, want dankzij haar waren zij tot bestaan gekomen.

En de Heilige geest vervolmaakte de goddelijke Zelfverwekte, zijn en Barbelo’s zoon, zodat hij mocht staan bij de grote en onzichtbare, maagdelijke Geest. Hem, de goddelijke Zelfverwekte, Christus, heeft hij met machtige stem geëerd, omdat hij gemanifesteerd was door de Eerste Gedachte. En de onzichtbare, maagdelijke Geest stelde de ware, goddelijke Zelfverwekte aan over het Al. En Hij onderwierp alle machten aan zich en aan de Waarheid die in hem verbleef, opdat hij het Al mocht kennen. Hij, die genoemd word met een naam verheven boven alle namen, een naam die slechts verteld wordt aan hen die haar waardig zijn.

De schepping van Christus En Hij keek naar Barbelo in het zuivere licht dat de onzichtbare Geest omgeeft, en Hij maakte haar zwanger van zijn vonk, en zij baarde een lichtvonk die geleek op het gelukzalig licht, maar in grootheid daaraan ongelijk was.

Schepping van de twaalf eonen

Want uit het licht – dat de Christus is – en uit Onvergankelijkheid kwamen door de gift van de Geest, die vier lichten voort uit de goddelijke Zelfverwekte. Hij zag erop toe dat ze zich naast hem stelden. En het Drietal is: Wil, Gedachte en Leven. En de Vier krachten zijn: Begrip, Genade, Waarneming en Verstand. Genade behoort tot de licht-eon Armozel, die de eerste engel is. En er zijn drie andere eonen bij deze eon: Genade, Waarheid en Schoonheid. En het tweede licht is Oroiël die is aangesteld over de tweede eon. En er zijn drie andere eonen bij hem: Intelligentie, Waarneming en Herinnering. En het derde licht is Daveithai, die is aangesteld over de derde eon. En drie andere eonen gaan met hem samen: Begrip, Liefde en Idee. En de vierde eon was aangesteld onder het vierde licht, Eleleth, bij hem zijn drie andere eonen: Volmaaktheid, Vrede en Wijsheid. Dit zijn de vier lichten die naast de goddelijke Zelfverwekte staan. Dit zijn de twaalf eonen die bij de grote Zoon, de Zelfverwekte, de Christus staan door de wil en de gift van de onzichtbare Geest.

En de twaalf eonen behoren tot de Zoon, de Zelfverwekte. En het Al werd door middel van de Wil van de heilige Geest gevestigd door de Zelfverwekte.

Schepping van de twaalf eonen Want uit het licht – dat de Christus is – en uit Onvergankelijkheid kwamen door de gift van de Geest, die vier lichten voort uit de goddelijke Zelfverwekte.

Schepping van de volmaakte mens

Uit Voorkennis en volmaakt Bewustzijn, door de manifestatie van de Wil van de onzichtbare Geest en de wil van de Zelfverwekte ontstond de volmaakte Mens, de eerste manifestatie van de Waarheid. Hem noemde de maagdelijke Geest: Pigera-Adamas en hij stelde hem aan over de eerste eon samen met de grote Zelfverwekte, de Christus, in het eerste licht, Armozel vergezeld van zijn krachten.

Schepping van de volmaakte mens Uit Voorkennis en volmaakt Bewustzijn, door de manifestatie van de Wil van de onzichtbare Geest en de wil van de Zelfverwekte ontstond de volmaakte Mens

En de Onzichtbare gaf hem een onoverwinnelijke geestelijke kracht. En hij, Adamas, sprak en verheerlijkte en prees de onzichtbare Geest, en zei: “Dankzij U is alles tot bestaan gekomen en naar U zal alles wederkeren. Ik prijs U en verheerlijk U en de Zelfverwekte en het Drietal eonen: De Vader, De Moeder en de Zoon, de volmaakte kracht.” En hij stelde zijn zoon Seth aan over de tweede eon in tegenwoordigheid van het tweede licht, Oroiël.

En in de derde eon werd het nageslacht van Seth aangesteld, in het derde licht, Daveithai. En de zielen van de heiligen werden daar geplaatst.

Maar in de vierde eon werden de zielen geplaatst van hen die het pleroma niet kennen en die zich niet meteen bekeren, maar die enige tijd volhardden en nadien zich pas bekeerden. Zij zijn in het vierde licht, Eleleth. Dit zijn dan de schepselen die de onzichtbare Geest prijzen.

Heersers van de Lichten En hij stelde zijn zoon Seth aan over de tweede eon in tegenwoordigheid van het tweede licht, Oroiël.

De geboorte van Jaldabaoth

Maar de vindingrijke Sophia dacht, omdat zij een eon is, een gedachtevorm uit zichzelf, uit een overpeinzing over de onzichtbare Geest en uit Voorkennis. Ze wilde een evenbeeld uit haarzelf voortbrengen zonder de instemming van de Geest – Hij had het niet goedgekeurd – en zonder de toestemming van haar paargenoot. En hoewel haar mannelijke wederhelft er niet in toegestemd had, en zij geen overeenstemming gevonden had, en zij gedacht had zonder instemming van de Geest en zonder medeweten van haar paargenoot, bracht zij het toch voort. Maar vanwege de onweerstaanbare kracht in haar bleef haar gedachte niet zonder gevolg, en er ontstond uit haar een product dat onvolmaakt was en niet leek op haar eigen verschijning, omdat ze het zonder haar paargenoot had gemaakt. En het vertoonde geen gelijkenis met de beeltenis van zijn moeder want het had een andere vorm en toen ze zag dat het voorwerp van haar verlangen de vorm had aangenomen van een draak met de kop van een leeuw en met ogen als vurige bliksemschichten, wierp zij het ver van zich weg uit de plaats, opdat niemand van de onsterfelijke wezens het zou zien, want ze had het in onwetendheid geschapen. En ze omwikkelde het met een lichtgevende wolk en zette een troon middenin die wolk, opdat niemand het zou zien, behalve de heilige Geest, die genoemd wordt: de Moeder van de Levenden. En zij noemde het Jaldabaoth.

Geboorte van Jaldabaoth En het vertoonde geen gelijkenis met de beeltenis van zijn moeder want het had een andere vorm en toen ze zag dat het voorwerp van haar verlangen de vorm had aangenomen van een draak met de kop van een leeuw en met ogen als vurige bliksemschichten

Navigatie