anta

De vier vermogens van de ziel (Plato)

In zijn werk Politeia beschrijft Plato de geestesvermogens van de ziel. en verdeelt ze in vier graden van kennis.

  1. Eikasia 1 2 Het waarnemen van beelden, en tegelijk het onvermogen om het onderscheid te zien tussen de werkelijkheid en afbeeldingen daarvan (spiegelingen, dromen, materiële manifestaties van ideeën)
  2. Pistis 1 2 3 Het geloof dat iets waar is, overtuigd zijn van bepaalde kennis. Niet te verwarren met de christelijke invulling van geloof (vertrouwen op de relatie met God)
  3. Dianoia 1 2 De redenerende vorm van denken, intellectualistische hersenactiviteit
  4. Noesis 1 2 3 Directe kennis, die beschikbaar komt zonder redenering of waarneming

Nummers 1 en 2 behoren tot de zichtbare, zintuigelijke wereld. Samen vallen ze onder het begrip Doxa 1 2, de algemene opvatting, die in veel gevallen niet betrouwbaar is.

Nummers 3 en 4 behoren tot bovenzintuigelijke wereld van het begrijpen. Ze komen samen onder de begrippen Gnosis 1 2, kennis van het goddelijke, en Epistemon 1 2, expertkennis.

Navigatie